Op de Uilenbrink in Veghel hebben de kinderen jaarlijks een serie ateliermiddagen. Dit jaar mocht ik een serie verzorgen voor groep 5 en 6.
Het thema was “deel de wereld” en de juf wilde graag een Aboriginal project.
“Aboriginals” en “deel de wereld” vond ik perfect bij elkaar passen. De Aboriginals doen niet anders dan hun wereld delen 🙂
De Aboriginals zijn van mening dat wij het land niet bezitten, maar het land bezit ons. Het land is onze voeding, onze cultuur, onze inspiratiebron, onze identiteit. Zij trekken geen grenzen door het land, zoals de boeren doen. De aarde is vol van kennis, verhalen, goedheid, energie en kracht, dit moet gedeeld worden.
Het thema “deel de wereld” past dus perfect in deze opvatting van de Aboriginals. We moeten de wereld delen met de dieren en de planten, anders gaat de planeet aarde er aan kapot.

Dit gezegd hebbende ben ik gaan nadenken over het project. Het leek me geweldig om er een heel natuurlijk project van te maken, waarin we alleen gebruik zouden maken van  natuurlijke materialen; hout, schelpen, steentjes, mos, blaadjes, veren enz. Dit was in de eerste les de huiswerkopdracht; sprokkel natuurlijke spullen bij elkaar die je aanspreken.
In de eerste les hebben de kinderen een aantal tekeningen gemaakt van vormen die belangrijk zijn voor hen. Iemand had een ster getekend, zij kon tevens fantastisch vertellen waarom die ster zo belangrijk voor haar was. Iemand had een kat getekend, waarvan later bleek dat de kat was overleden, drie dagen nadat zijn oma was overleden. Heel verdrietig, maar wel mooi dat hij het zo goed kon vertellen. Iemand had Rusland getekend, daar kwam hij vandaan. Iemand had een kampvuur getekend, want hij had zulke fijne herinneringen aan de survivalweekenden met zijn vader. Omdat de kinderen een persoonlijke vorm moesten maken, kon ik daar als docent heel goed reflecterende vragen over stellen. Sommige kinderen hadden moeite met het vinden van een vorm, maar met wat hulp kwam iedereen er uit. Deze vorm hebben de kinderen uitgeknipt en in het “gat” van het papier hebben ze natuurlijke materialen gelegd, als een mozaïek. Dit leverde meteen al prachtige beelden op. Terwijl de kinderen spullen bij elkaar zochten uit de bakken was het werkelijk muisstil in de klas 🙂

De tweede les ben ik begonnen met te vragen naar de vorm, of ze er nog steeds blij van werden én of ze aan elkaar konden uitleggen waarom ze die vorm gekozen hadden. Uiteindelijk hebben ze in groepjes van 3 overlegd en sommige kinderen hebben zodoende een nieuwe vorm bedacht. Zo ontstond er een lezende vis en een spelende logeerhond.
Deze vorm is op hout getekend en uitgezaagd. Met de houten vorm konden ze een heleboel; afdrukken, bestempelen, met gekleurd zand beplakken, met de vingertoppen bestippen of beplakken met natuurlijke spullen. Ik heb ze daar heel vrij in gelaten, wat als gevolg had dat kinderen enorm enthousiast werden van alle mogelijkheden.

De derde en vierde les is gebruikt voor het maken van herinneringsstokken. Ik heb de kinderen gevraagd om te denken aan hun persoonlijke vorm en daar herinneringen aan terug te halen. Die herinneringen werden op stokken geschilderd. Ze vonden het enorm moeilijk, want hoe schilder je nou herinneringen?!? Uiteindelijk hebben ze er toch een weg in gevonden. In de vorm van kleuren/vlakken/natuurlijke spullen/zand/aarde. De ster kreeg een heuse sterrenweg en de spelende hond kreeg stokken voor in het bos, het kampvuur kreeg vlammen en zwarte roetvegen en de dolfijn kreeg schelpen.

Het is mooi om de kinderen zo aandachtig bezig te zien. Ik zei tegen een meisje dat ze ook wel de tijd mocht nemen om na te denken…. om niet overhaast iets doen…… Dat vond ze in het begin best vreemd, maar na een tijdje ging ze op een kruk zitten peinzen, of ze liep wat rond en keek bij de rest. Heel fijn om te zien.
Er werd ook erg goed samengewerkt. Niet alleen met letterlijk helpen, maar ook met het aandragen van ideeën.

Het laatste kwartier van de les hebben we besteed aan reflectie. Sommige kinderen konden goed verwoorden waarom ze bijvoorbeeld van vorm veranderd waren, waarom deze vorm beter bij hen paste, waarom ze bepaalde kleuren of vormen op hun stok hadden gebruikt. Sommigen hadden daar meer moeite mee, maar dat mag ook. Ze hebben me allemaal een kijkje in hun wereld gegeven. Dat had ik ze helemaal aan het begin gevraagd en gezegd: ” kunst is de taal om te vertellen wie jij bent” “vertel me hoe jouw wereld in elkaar zit en ík leer daarvan.” Ook dat is “deel de wereld.”
Goed gedaan jongens!
fullsizeoutput_789